Als reactie op de versoepeling van de regel die door paus Urbanus IV aan de Clarissen was opgelegd, startte Colette Boëllet uit Corbie in het begin van de 15de eeuw vanuit Bourgondië haar grote hervorming, waarmee zij het herstel van de oude en strenge Clarissenregel, die was uitgevaardigd door paus Gregorius IX, voor ogen had.
Hoewel het klooster der Arme Claren pas werd opgericht in het tweede kwart van de 15de eeuw (1440), heeft het niettemin in de late middeleeuwen een belangrijke invloed uitgeoefend op tal van andere vrouwenkloosters in de Nederlanden. Het klooster, dat reeds in 1428 door schepenen en de paus de goedkeuring tot oprichting had verkregen, werd in 1443 door Colette omgevormd tot een abdij waarin het leven in volstrekte armoede als belangrijkste streefdoel gold. De Clarissen zelf kwamen onder meer uit Auxerre, Poligny en Hesdin.